Specialisatie

Begeleiding bij verder leven met rouw en verlies

Iedereen, jong en oud, maakt rouw en verlies mee in het leven, het is onvermijdelijk. Iedereen rouwt op zijn of haar eigen unieke manier, in denken, emoties, tempo, gedrag en lichaam. Individueel en met of zonder steun van anderen in de familie en persoonlijke kringen.

Rouw is de normale aanpassing aan een verlies. Het is een aanpassing aan een compleet veranderde situatie, waarbij het kan draaien om leren loslaten, of om anders vast te houden. Bij rouw en verlies kan het gaan om:

  • Overlijden van een persoon (geliefde, dierbare) of (huis)dier, waarbij rouw de keerzijde is van de liefde of de hechting. Waarbij er afscheid genomen wordt van de fysieke concrete aanwezigheid, en niet van de emotionele relatie. Omgaan met gevoelens van ontreddering, emotionele en fysieke pijnsensaties door het gevoel afgesneden te zijn, maar ook spijt, wrok, schuld, woede en haat kunnen ermee samengaan.

Er zijn ook vormen van rouw om levend verlies:

  • Beëindiging van een relatie bij (echt)scheiding en verlies van een (samengesteld) gezin.
  • Verlies van gezondheid door een (chronische) ziekte of beperking bij jezelf of van een gezins- of familielid.
  • Verlies van werk door o.a. overplaatsing, reorganisatie, ontslag of pensionering.
  • (On)gewenste kinderloosheid of een miskraam.
  • Rouw om veranderingen in relatie, gezin, werk, het klimaat en verlies van andere toekomstperspectieven
  • Heftige gebeurtenissen met (psychische) gevolgen voor het dagelijks functioneren

Rouw is per persoon verschillend en afhankelijk van diverse factoren, zoals aard van het verlies (bijv. ongeluk, ziekte of misdrijf), gelegenheid tot afscheid, kwetsbaarheid, leeftijd en levensfase. Verdriet en pijn kunnen soms naar boven komen als daar wel of geen aanleiding voor is en gaan soms nooit helemaal weg. Het kan een leven lang meegedragen worden met of zonder problemen in het dagelijks leven.

Mensen kunnen te maken krijgen met liefdevolle en goedbedoelde steun, maar ook met ongewenste en pijnlijke vragen, opmerkingen en oordelen zoals: ‘Heb je het al een plekje kunnen geven? Ben je er nu nog niet overheen? of ‘Hij was toch al oud en ziek? Dan is het beter zo.’ of ‘Je bent nog jong, jullie kunnen nog meer kinderen krijgen.’

Het kan ook samengaan met vermijding van en door anderen. Te moeilijk om contact te hebben of te moeilijk omdat men er niet persoonlijk mee geconfronteerd wil worden.

De impact van rouw en verlies door overlijden en ingrijpende gebeurtenissen kan ook lichamelijke gevolgen hebben. Zo kunnen spanning, angst, boosheid en verdriet zich uiten in energiegebrek, chronische spierspanning of (pijn)klachten. En een (tijdelijk) tekort aan fundamentele behoeftes zoals veiligheid, (financiële) zekerheid, vertrouwen en geborgenheid kan leiden tot bijv. verandering in lichaamshouding, ademhaling, beweging, zicht, hormoonhuishouding en het immuunsysteem.

Het lichaam geeft waardevolle informatie wat kan helpen bij (h)erkenning, herstel van vertrouwen en het op gang helpen van (vastgelopen) rouwprocessen.

Bij gecompliceerde rouw is het rouwproces uitgesteld of vastgelopen door bijv. ontkenning, vermijding, boosheid, agressie, schuldgevoelens, chroniciteit, regressie en/of somatisatie.

Begeleiding bij rouw en verlies kan helpen om de liefde en verbinding om te zetten van een fysieke naar een symbolische aanwezigheid, om verlies en de ermee samengaande emoties en sensaties te benoemen, te (h)erkennen en draaglijk te maken, te integreren en te verweven, om hoop, innerlijke krachten en een steunende omgeving te mobiliseren. Het leven opnieuw vorm te geven en zo een nieuw perspectief op de toekomst te ontwikkelen.